Sevenstar brengt Blabber in 9 dagen over de Atlantische oceaan naar Southampton, Engeland

Daar komt onze Blabber weer aan!

Ik sta te stuiteren op de vaste wal. Daar komt de Schippersgracht van Sevenstar!! Na negen rustige dagen op zee. Precies op tijd. We worden als eerste gelost en zijn er klaar voor. Zodra de Schippersgracht vastligt aan de kade en de trap hangt bestormen we het schip op zoek naar onze Blabber. Ze staat er netjes bij en heeft zo op het eerste oog niets te lijden gehad van de ocean-crossing. De douane geeft een go en Blabber wordt gehesen. Zodra ze ter hoogte van het gangboord hangt kunnen wij ook aan boord en worden samen met het schip te water gelaten. Daarna gooien we los. Yesssss we drijven weer. We starten de motor en varen Southampton uit. De Solent op richting Gosport, waar we nog een paar dagen blijven liggen voor we samen met .. en Theo van de Soterius naar Nederland vertrekken.


In een box bij Gosport marina

Bij het binnenlopen van Gosport marina gaat het even mis. Het is laag water en onze dieptemeter loopt behoorlijk terug. En dan zitten we ineens vast! Oops, da’s een goed begin van ons vaarseizoen in Europa! Gelukkig kunnen we ons loswrikken door voor- en achteruit gas te geven. We varen dezelfde route terug en leggen de boot aan bij het fuel dock. We roepen de haven op. Ze snappen er niks van, met onze diepgang moeten we makkelijk met laag water binnen kunnen lopen. Niet dus! De meter gaf 1.70. Dat is echt te weinig voor ons zeilbootje. We wachten een uurtje en houden de dieptemeter in de gaten. Binnen een uur staat er 60 cm meer water onder de kiel. Dat is voldoende. We doen een tweede poging en varen deze keer vlekkeloos naar de opgegeven box. De lijnen en fenders liggen klaar. De buurman staat klaar om de lijnen op te vangen en dan liggen we weer in een box.

De Suhaili van zeilheld Robin Knox Johnston ligt een steiger achter ons

Gosport blijkt een leuk havenplaatsje. De Aldi (!!!), waar we lekker kunnen inslaan, zit om de hoek en het is tevens de thuishaven van de bekende Britse solo zeiler Robin Knox Johnston. In 1969 (!!) zeilde hij als eerste solo en non-stop de wereld rond in zijn zeilschip Suhaili, die hier in de marina ligt. Non stop? Ik moet er niet aan denken. Geef mij maar iets te zien onderweg. En het is altijd leuk om nieuwe mensen te ontmoeten. Dat is de basis reden van ons avontuur. Maar het blijft wel een bijzondere prestatie en hij mag zich dan ook ‘Sir’ noemen! Een paar steigers verder liggen in het kommetje een aantal 68 ft Clippers. Deelnemers van de Clipper around the World Race. Gestart in 1995 door … natuurlijk Robin Knox Johnson! Ik meen dat de volgende race ergens in augustus weer van start gaat. Maar dat maken wij niet meer mee. Morgen gaat onze boeg naar het oosten, richting Nederland.

Op een 150CC dwars door de Campesino van de Dominicaanse Republiek

Discovering the DR on a 150CC

Discovering the DR on a 150CC

“Holaaaaaa!” Onze toeter doet het niet. Dus roepen Hola links en Hola rechts, terwijl we door Luperon rijden en zwaaien naar de mensen die we passeren. Ik zit bij Ben achterop. De wind waait door mijn haren. Een helm is niet nodig. Rijbewijs? Ze vragen er niet naar. Als we 450 pesos (ongeveer 12 $) afrekenen zijn we vrij om te gaan. De local way om ons te verplaatsen in de omgeving van Luperon.

Dominicaanse Republiek“Oehoehoe – oerend hard” dreunt het door mijn hoofd. Waarom denk ik nu aan het liedje van Normaal met Tinus op de motor en Bertus op de BS- Aaaaa….. en niet aan bijvoorbeeld een goede quote uit het boek ‘Zen en de kust van het motoronderhoud” van Robert Pirsig of uit het boek ‘Blue Highways” van William Least Heatmoon? Bemberdebembembem… De motor maakt een heerlijk geluid als Ben gas geeft richting de kustweg naar La Isabella, de eerste nederzetting in de Nieuwe Wereld van Colombus. “Pas op, daar zit een school met verkeersdrempel”. Ben neemt gas terug. Midden op de drempel slaat de motor af. We moeten nog even wennen. Dan rijden we het dorp uit en volgen de slingerende weg door de groene heuvels van het Cordillera Septentrional. Het landschap heeft veel weg van Europa, als we de palmbomen wegdenken. “Oh, daar zit een gat in de weg”. Al snel slingeren we behendig als echte locals om de gaten heen. ‘Traffic jam!’ Een kudde koeien loopt over de weg. We glijden langs mais- en rijstvelden door het ruige boerenlandschap van de Dominicaanse Republiek. Het ruikt naar hooi. In de berm staan melkbussen en af en toe een ezel of koe blaadjes te eten van de bomen. Er schieten kippen over de weg. Een stel Caballeros komt op paard voorbij.

No bridge!

No bridge!

Dichterbij de kust verwisselen we het asfalt voor een dirtroad. En dan staan we bij een rivier. De weg gaat niet verder. De brug is ingestort. Een man duwt een zelfgemaakt vlot over de rivier. Voor 100 pesos (de prijs van 1 koud biertje) kunnen we inclusief motor naar de overkant. Het ziet er geweldig uit, maar we besluiten om te draaien voor een lunch op het strand bij Isabella. Na de lunch volgen we via de kaart op de app Maps.me een binnendoor weg naar Luperon en belanden ineens bij een smalle rode blubberige dirtroad. Deze ziet er wel erg dirty uit. Geen idee hoe lang deze weg duurt en waar we precies doorheen gaan. Het is iets te veel avontuur, we gaan retour asfalt. Tegen de avond naderen we Luperon. “Holaaaaaa!” Al zwaaiend rijden we nu moeiteloos over de verkeersdrempels en tussen alle verkeerschaos door. We leveren de motor in en drinken ter afsluiting een Grande Fria (een grote Presidente van 600 ml) bij Wendy’s.

Wat was dit gaaf. Ondanks een houten kont besluiten we morgen weer een ‘brommer’ te huren. Dan gaan we naar de 27 watervallen! Dit is toch wel de ultieme manier om de binnenlanden van de Dominicaanse Republiek te ontdekken.

Met de ferry naar Zuid Bimini voor de tweede proef

Bimini SouthBimini south is het kleine broertje van Bimini Noord. Volgens de uitleg hebben ze er een vliegveld, de Fountain of Youth en een trail. We gaan op verkenning, samen met de Antares en de Amerikaanse Diana, die we in de Hot tub hebben ontmoet.

Het gratis trammetje brengt ons naar Alice Town

Het gratis trammetje brengt ons naar Alice Town

Het Hilton trammetje brengt ons naar de ferry. Ondertussen krijgen we ook nog wat uitleg over het eiland ook.

Expeditie bahama’s, de tweede proef

Kust trail

De trail langs de kust van Bimini zuid

Het is een flinke overtocht… De ferry doet er wel 5 minuten over! En de trail is daarna ook snel gevonden. Daar volgt de tweede proef van Expeditie Bahama’s!

De opdracht

Zoek een kokosnoot, maak deze open zonder gereedschap. Degene die als eerste uit de kokosnoot drinkt is de winnaar. Of toch niet? Nou ja, kijk zelf hoe hard er gestreden wordt tussen Team Antares en team Blabber op Zuid Bimini.

Swing with a view

Schommelen aan de waterkant me Diana

Schommelen aan de waterkant me Diana

The coconutman is back!

The coconut man is back!

The coconut man is back!

Tenslotte, mochten we geen internet meer vinden … Alvast een Merry Christmas all!

Bahamian Christmastree

A Bahamian Christmas tree…

Expeditie Bahama’s: de eerste proef

We gaan op Expeditie naar de Bahama's!!!!

We gaan op Expeditie naar de Bahama’s!!!!

Aan de vooravond van onze oversteek naar de Bahama’s ligt er in Miami ineens een ballonnetje met een zakje in onze bijboot. “Dit is geen afval” staat er op. Huh? Het is toch nog geen Sinterklaas? Nieuwsgierig maken we het open. Er zit een brief bij met een heus Expeditie Bahama’s logo! In de zak zit een overlevingspakket met vuurstok, meel, pasta, energie-repen en nog wat lekkere troost-goodies. Wow, cool, we gaan samen met de Antares op expeditie! In de Bahama’s. Spannend!

In de ban van onze eigen Expeditie Bahama’s

We gebruiken de vuurstok voor de eerste keer, zou het lukken?

We gebruiken de vuurstok voor de eerste keer, zou het lukken?

Ok, we snappen dat jullie het even niet meer kunnen volgen. Het vraagt ook wel om uitleg. Soms, heel soms kijken we tv en kopiëren films en series van medezeilers. Een daarvan is Expeditie Robinson. We zitten he-le-maal in seizoen 2013 en volgen ademloos de soms wel heel bijzondere proeven. Maar waarom zou je naar de TV kijken, als je een eigen expeditie kunt maken? Antares zag in de Bahama’s de perfecte locatie en heeft de eerste opdracht op een wel hele originele manier uitgewerkt.

De eerste proef

Ergens in de Bahama’s op een strand bij Alice Town is het zo ver; de eerste proef. En zoals elke Expeditie Robinson beginnen wij ook met vuur maken. Het is de eerste krachtmeting tussen Team Antares en Team Blabber. We krijgen een vuurstok, maar moeten zelf het materiaal zoeken om een vuur mee te maken… Wat een spanning onder de tropische zon! Nou ja, kijk zelf maar naar het filmpje dat we van onze Expeditie Bahama’s hebben gemaakt. Have fun!

We kunnen zeilen, ICW Southbound Dag 4

ICW SouthboundBrrrr. Het is nog maar 17 graden. Dat scheelt dik 10 graden met een paar dagen geleden. Door de wind is het zelfs koud. We trekken de joggingbroek, zeilbroek & dikke trui weer aan! We zeilen! De hele tocht van Camden Point naar Oriental. We lopen 5,5 op fok.

Pungo River, Pamlico River, Bay River, Neuse River. We passeren heel wat rivieren…!

Een korte impressie van onze laatste tocht op dit gedeelte van de ICW

Follow the snowbirds, ICW Southbound

ICW SouthboundWe moeten wachten tot de opening van Turnpike Bridge. Deze ligt maar 2,5 mijl verderop en is gesloten tot half 9, dus eerder vertrekken heeft geen zin. Het is saai om te sturen…

ICW SouthboundIk ben niet geschikt om in een smalle geul te varen en kijk liever om me heen naar de mooie natuur. Maar dan wijken we al snel af van de ideale lijn en veel ruimte om af te wijken is er niet. Naast de geul wordt het snel ondiep. Opletten geblazen dus.

ICW SouthboundOnderweg spotten we volgevreten aalscholvers (ook hier), een vissersbootje tot de nok gevuld met lobsterkooien, 3 Bald Eagles de nationale vogel van Amerika en we worden opgelopen door ‘Chief’, een machtig mooi motorjacht.

ICW SouthboundHet is voor Ebijmar een beetje billenknijpen bij de bruggen, maar alles gaat goed. We laten het anker vallen bij Camden Point, op een meer. Al snel horen we de vliegen zoemen en gaan we naar binnen. Met een hor voor de ingang. Morgenochtend zien we wel of de boot net als de vorige keer groen is van vliegenpoep en bezaaid ligt onder de vliegen lijkjes.

Ankerlocatie Camden Point: 036.12.369 N / 075.55.871 W

Een korte impressie van onze tocht

We duiken de ICW weer in, Southbound dag 1

De ICW begint bij de '0-marker' voor Hospital Point, Portsmouth/Norfolk

De ICW begint bij de ‘0-marker’ voor Hospital Point, Portsmouth/Norfolk

Het is koud en dat vinden we maar niks. Het is vanaf nu Southbound. Op zoek naar de warmte en korte-broeken-weer. Buitenom over zee staat wind en stroom tegen. Dus we duiken de ICW weer in. De ICW is tot Miami zo’n 1100 mijl. Deze afstanden worden langs de ICW gemarkeerd met witte borden en zwarte rand. Wij zoeken ons rot naar de eerste, de 0-marker. Deze moet ergens bij de ankerplaats van Hospital Point staan… De Amerikanen weten elk punt groots te markeren, maar er staat nergens een bord met ‘Welcome op de ICW’… De nul marker is ‘gewoon’ een rode ton, de nummer 36 om precies te zijn.

De Gilmore liftbrug

De Gilmore liftbrug

Uitdagingen op dit traject van de ICW:

  • De liftbrug Gilmore Bridge
  • Onze enige sluis op de ICW
  • Een gratis plekje aan de free dock van Great Bridge (gisteren was deze nog besproken en VOL!)

We varen dit gedeelte van de ICW op met het Nederlandse zeilschip Ebijmar van Edwin & Margo. Zij hebben met hun zeilship qua diepte (2.10) en hoogte (19 meter en een beetje) een extra uitdaging op de ICW en volgen in ons kielzog. Waar we geen rekening mee hebben gehouden is hun anker… Koppig als hij is, heeft hij zijn tanden in de blub van Norfolk gezet. Niet van plan de ankerplaats op te geven. Muurvast. Edwin moet met duikspullen te water om een extra lijn te bevestigen, zodat hij met deze lijn het anker op de ankerlier kan kantelen. Het werkt! Het koppige anker geeft toe en komt los. Pfew. Dat was even spannend. Tot zover de ontgroening op de ICW voor de Ebijmar!

USA ICW SouthboundBunkeren in Great Bridge

Eenmaal onderweg blijken wij niet de enige die naar het zuiden gaan. Als we bij de errste brug aankomen, liggen er 15 schepen te wachten. We varen verder in colonne langs de bruggen naar de Great Bridge sluis. de enige sluis op de ICW. En die ligt meteen aan het begin van het traject. Na de sluis ligt de brug Great Bridge, met aan de Noord – en Zuidzijde een 24 uurs gratis dock! Deze keer pakken we het wat oudere dock aan de noordzijde. Stapelen doen ze hier niet, vanwege de grote vrachtschepen die hier 24 uur doorheen varen. Wel worden boten aan de overkant gedoogd, met lijnen naar de bomen! Het water staat extreem hoog en we leggen de boot tegen een paar palen. Aan de kant komen is een uitdaging 🙂 En dan gaan we BUNKEREN! De winkels en wasserette liggen op loopafstand! Morgenvroeg verder. De wekker staat op 7 uur. Om 8 uur gaan we door de brug voor een traject van 50 mijl. De kop is er af!

Een korte impressie van de tocht:

Visiting the Amish People, Lancaster

Met Dolf & Jody rijden we naar Lancaster, Amish People Country. Jody is er opgegroeid en kent de omgeving, die toch al gauw 2,5 uur rijden verderop ligt, op haar duimpje. The Pennsylvania Dutch worden de Amish ook wel genoemd. Dutch? In de Reading Terminal hadden ze het ook over een Dutch Corner. Ik dacht meteen pannenkoeken, poffertjes en appelgebak…. Maar helaas Dutch bleek eigenlijk Deutsch. De roots van de Amish People liggen ergens in Zwitserland en ze spreken een soort oud duits. Via Nederland zijn ze naar Amerika verscheept om een nieuw leven op te bouwen. Deutsch is in Amerika verbasterd tot Dutch en nu komen we het overal tegen.

 Wie noemt zijn stad nou Intercourse? 

De Amish People is een streng gelovige protestantse groep. Ze hebben geen auto’s, televisie, telefoon of andere elektrisch gemak. De mannen dragen een hoed, kinbaard en zwart pak. De vrouwen dragen eenvoudige jurken en een witte kap. Ze verplaatsen zich met kleine zwarte koetsjes en tot onze verbazing ook met een step. Het lijkt echt alsof de tijd heeft stilgestaan. Maar het contrast tussen de oude en de nieuwe wereld wordt pas echt duidelijk als we een zwarte koets in de Drive Thru zien staan om geld te pinnen!

Shoeflie pie

Als eerste belanden we in een Amisch winkel waar ze o.a. Shoeflie pie verkopen. Een typische Amish taart gemaakt van molasse, een soort dikke stroperige rietsuiker. De taart trekt bij het afkoelen nogal wat vliegen aan en heeft zijn naam te danken aan de dames die de vliegen weg jagen… Shoooo flie, shhhhhooooo fliiieeee!! Het meest grappige is toch wel dat een dame achter de toonbank een rolletje enige echte Klene drop tevoorschijn tovert als ze hoort dat we Nederlands zijn. ” Dit kennen jullie vast” zegt ze terwijl ze met een big smile het aangebroken rolletje omhoog houdt. We watertanden. Maar helaas ze verkopen het niet in de winkel. Ze heeft het voor eigen gebruik besteld bij een Nederlandse online winkel!

Good ’n Plenty
Lunch time! Bij Good ’n Plenty. Een restaurant met allemaal lange tafels, waar je bij elkaar aan tafel schuift. Als we plaatsnemen vertelt de serveerster meteen wie onze  tafelgenoten zijn en waar ze vandaan komen en moedigt ze ons aan vooral contact met elkaar te leggen. Ondertussen wordt de tafel vol geladen met authentiek Amish eten uit de omgeving. Verschillende soorten vlees, kip, bonen, pasta, soorten groente, aardappelen, rijst, apoelmoes, het kan niet op. De tafel staat afgeladen vol. We moeten we contact met onze buren leggen, al was het maar alleen om te vragen naar de gestoofde kip die aan hun kant van de tafel staat! Als we alles op tafel hebben ‘weggewerkt’,  krijgen we ook nog eens 5 verschillende nagerechten met twee soorten ijs en natuurlijk de bekende shoeflie-pie! We rollen de eetgelegenheid uit en zo een Amish rijtuig in!

In een koets door Amish Country
Al uitbuikend rijden we tussen de maisvelden dwars door Amish country.  Onze chauffeur vertelt ondertussen van alles over zijn volk en hun gewoontes. We mogen alles vragen. De echte Amish mensen zijn te herkennen aan de huizen zonder gordijnen! Amish People gaan als het donker wordt naar bed, dus gordijnen zijn niet nodig. Verder passeren we de filmsetlocatie van de film Witness uit 1985 met Harrison Ford.

En het barst van de koeien op het boerenland. Ben vraagt belangstellend aan onze chauffeur waar de koeien, die verdacht veel op Nederlandse koeien lijken, vandaan komen…. De chauffeur kijkt even bedenkelijk en antwoord dan op legendarische wijze met de woorden “Ehhh, Noah’s Ark I guess”!!! Ik zeg ‘quote van de dag’.

Boneshaker
Eenmaal thuis kan Ben het niet laten. Dolf heeft een bijzondere hobby … Riding the Boneshaker! Een velocipede. Zo’n fiets waarbij je een paar meter in de hoogte moet klimmen, voor je kunt trappen!! En Ben wil het ook wel eens proberen. Maar liefst drie andere mensen gingen hem voor. Ik kom zeker niet in aanmerking om het te proberen, want ik kan met mijn korte pootjes niet eens bij de trappers! We volgen ‘de Crazy Dutch Man’, die nagestaard en gefilmd wordt op straat, naar een parkeerplaats waar Ben een poging waagt… Het is wel heeeeeel erg hoog… En best moeilijk om er met een beetje vaart op te klimmen. En als je er eenmaal op zit, om ook nog te trappen… Maar na een paar pogingen lukt het Ben!! Hij zit, hij trapt, hij beweegt… Wow! Impressive. Maar hoe stop je zo’n ding? Er zit geen rem op! En je kunt er ook niet even van af springen. Om brokken te voorkomen vangt Dolf hem aan het einde van de weg, voor hij een bocht moet maken, op! Pffff, he did it! Zonder zijn botten te breken. Alleen een beetje geshaked!

Zonder gebruik van de motor passeren we de Golfstroom naar Amerika

VAMOS, op naar Amerika!

VAMOS, op naar Amerika!

Hoe lang laten de officials ons nog met rust? Waar blijft die voorspelde zuid oosten wind? En als die niet komt, liggen we dan wel goed achter Cay Jutias met slechter weer? We worden er een beetje onrustig van. Een paar keer per dag haal ik de gribfiles via de SSB binnen, ons enige communicatiemiddel met de buitenwereld. We luisteren elke morgen vroeg naar weergoeroe Chris Parker en krijgen weer praatjes van bevriende zeilers toegestuurd. Maar uiteindelijk moeten we zelf het moment kiezen dat we gaan. Het weer verandert per dag. Gingen we gisteren nog naar bed met de gedachte over drie dagen te vertrekken, gooien de gribfiles van vandaag alweer roet in het eten. Woensdag staat er geen wind! En wind hebben we toch echt nodig zonder motor. En eerder weg dan? Ja, als we wind willen pakken … ehhh, dan moeten we NU weg! VAMOS! We gaan.

De eerste hobbel: tussen de riffen door naar buiten op het zeil

De eerste hobbel: tussen de riffen door naar buiten op het zeil

Door de riffen naar buiten

Gauw maken we de boot in orde voor een trip van twee dagen. We rollen het grootzeil uit en Ben trekt het anker op met de hand. Om stroom te besparen. Het ankerlier is een echte stroomvreter. Normaal starten we de motor bij het ophalen van het anker, stroom genoeg, maar nu dus even niet. Terwijl Ben het anker stukje bij beetje omhoog trekt, zeil ik langzaam op het grootzeil naar dieper water. Het eerste probleem dat we moeten tackelen is zonder motor tussen het rif door naar buiten varen. Toen de Puff een paar dagen geleden naar Havana vertrok, hebben we hun pad vastgelegd in de plotter. Nu kan ik dit kruimelpad van kruisjes moeiteloos naar buiten volgen. Met 2 knopen kruipen we tussen de smalle ingang van het rif door. Links ligt een zandplaat, rechts zijn volgens de kaart koraalkoppen. Vlakbij de groene ton, die op de kaart op een volledig andere plaats ligt, laat de wind het af weten. Benauwd kijken we elkaar aan. “Zullen we de motor toch maar starten?” Gelukkig begint het vlak na het moment van twijfel weer te waaien. We kruipen verder naar buiten en rollen de genua uit op dieper water. De wind is Noord-Oost, precies ja, de kant die wij op moeten.

“Santa Lucia, Santa Lucia, aqui velero Blabber”. We melden ons af bij de Capitaineria van Santa Lucia en bedanken ze voor de hulp. “Buen viaje” roepen ze terug en daarmee sluiten we het hoofdstuk Cuba af voor dit jaar. We varen eerst richting het noorden. Weg bij de kust van Cuba. Het vaste land heeft een verkeerd effect op de wind. Willen we meer oosten wind en stroom mee, dan moeten we naar het midden van de Golfstroom.

Slecht weer op komst!

Slecht weer op komst!

We zeilen lekker, maar wel in de verkeerde richting. Sjips, onweer aan de horizon! We rollen de zeilen half in en gaan overstag. Met deze manoeuvre ontwijken we de bui. Yes, high five. Maar de volgende kondigt zich alweer aan. Er vormt zich een lange donkere streep aan de horizon. Er komt steeds meer bewolking. We zien lichtflitsen tussen de wolken. Deze bui valt niet meer te ontwijken en blijft drie uur dicht naast ons hangen. Onze koers is nu regour Cuba, Bahia Hinda om precies te zijn. Niet echt waar we heen willen. Dus we moeten weer overstag. Deze koers houden we vast, maar brengt ons echter niet dichter bij ons einddoel. Waar blijft die oosten wind, liefts nog met een beetje zuid er in? De hele nachtwacht blijf ik lichtflitsen zien aan de horizon. Met name tussen de wolken. Het is een onrustige nacht.

Het is druk op het water, maar liefst drie grote vrachtschepen op onze route...

Het is druk op het water, maar liefst drie grote vrachtschepen op onze route…

Tweede dag zeilen

De volgende morgen is de lucht weer blauw en er is geen slecht weer meer te bekennen. De wind komt meer uit het oosten en we zeilen! En nog in de goede richting ook. Al snel zitten we in de golfstoom en lopen zeven knopen! Fingers crossed dat we dit nog even volhouden.

De laatste loodjes zijn -heel cliché- zwaar

De wind houdt er mee op! Het is midden in de nacht en pikkedonker. Deze keer geen maan en sterren. Maar heel veel donkere bewolking. Wij zijn weer omgeven door onweersbuien. Het voelt vreemd. De golven worden minder. We schommelen heen en weer en de zeilen beginnen te klapperen. Zo dobberen we van 4 uur tot 9 uur de volgende morgen, twintig mijl voor de kust van Key West. Ik haal nog een keer de gribfiles op en zie geen verbetering. De zee is inmiddels vlak. Dit wordt niks meer. We hebben lang genoeg gedobberd. We willen naar land. We starten de motor. Het klinkt goed. Langzaam tuffen we met vier knopen richting Stock Island. Onderweg worden we wakker gehouden door dolfijnen, een giga grote schildpad, Portugeese oorlogsschepen (giftige kwal) en veel springende vissen.

Tien mijl voor de kust roepen we de Coastguard op. Normaal moet je je meteen melden bij de Customs en Border Protection (CBP) van Amerika, maar dat kan alleen via een telefoonnummer. En wij hebben nog geen telefoonkaart voor de USA. Dus wij melden ons braaf bij de Coastguard. We geven aan dat we nog geen telefoonkaart voor de USA hebben. Eenmaal in de boatyard hebben ze vast een telefoon en kunnen we de CBP bellen. Ze gaan akoord en geven toestemming om door te varen.

Quickest launch ever!

We varen het kanaal op en worden niet blij van de troosteloos ogende marina’s. Waar zijn we beland? Nergens staan namen. We zien geen ThreeDBoatyard. We vragen het een passerend motorschip en hij vaart ons voor. De ThreeDBoatyard zit achteraan het kanaal links. Als we er aan komen zien we tot onze schrik dat we er niet kunnen ankeren en de kade ligt vol. En nu? Fingers crossed dat we er meteen uit kunnen. Vlak voor de travellift zien we iemand druk gebaren dat we dichterbij moeten komen. “Ok! Het lijkt er op dat we worden verwacht Ben.” We varen langzaam naar de travellift, ik leg snel de fenders en lijnen klaar. De mannen gebaren kom maar. En Ben vaart stoïcijns verder door, over de banden van de travellift. Naast de man staat inmiddels ook een vrouw. We kunnen nog net de motor uitzetten, van boord stappen en voor we het door hebben hangt Blabber boven het water in de banden! Dan zien ze onze bootnaam. Er is een misverstand. Wij zijn niet de boot die ze hadden verwacht. Wij kunnen pas 3 juni uit het water. De vrouw gaat naar kantoor om het na te kijken. De mannen gaan ondertussen gewoon door met hijsen, maken een plekje vrij en parkeren ons daar. De vrouw gaat akkoord. Geweldig. We zijn nog nooit zo snel uit het water gehaald. Het gele vlaggetje hangt nog in het want, we hebben geen stootwil of lijn gebruikt. Om vier uur liggen we op ‘the hard’ als ik me nog moet aanmelden bij customs & immigration!

“Welcome to the dump” roept een vrouw vanaf een andere boot. Dat beloofd wat!

En natuurlijk hebben we een korte impressie over onze tocht naar Amerika gemaakt:

Totale tocht :180 mijl
Nummer waarmee je je kunt melden bij het Customs & Border Protection (CBP) in Key West 1-305-296-5411

Speciale dank aan de medezeilers Bella Ciao, Cula, Dixbay, Ebijmar, Indian Summer, Maraki, Puff, Sylfer en Verleiding, die ons van de nodige (weer/technische/haven) informatie hebben voorzien en met ons hebben meegeleefd tijdens de tocht naar de overkant. En natuurlijk de Nederlandse kustwacht voor het inschakelen van de Cubaanse kustwacht en het monitoren op afstand tijdens onze oversteek naar Amerika. Top! Deze steun op afstand voelde geweldig goed!

Zwerven over de rode paden van El Campo, Vinales, Cuba

De eerste tabaksvelden

De eerste tabaksvelden

De binnenlanden van Cuba verkennen we met een gehuurde auto. Samen met Saskia en de bemanning van de Sylfer. We huren een auto van het voor ons onbekende Chinees merk Geely. Duidelijk gebouwd op kleine chineesjes, want met drie dames van niet al te groot formaat, is het bijzonder krap op de achterbank. Daarnaast krijgen we een houten kont van de banken. First stop is Vinales. Nog 6 uur te gaan.

In de auto: Wat is dat? Het is rijst,

In de auto: “Wat is dat?” We stoppen en stappen uit…. Het is rijst. Het ligt te drogen op de weg!

Via de snelweg rijden we richting Havana. Daar pakken we de panoramische kustweg vanaf Mariel naar Vinales. Er is weinig verkeer. We moeten gaten ontwijken. Klompen klei. Eentje weet zich toch zo onder de auto te nestelen dat we moeten stoppen. Er ligt gewoon rijst te drogen op het asfalt! Kippen schieten over de weg. En een kool valt van de vrachtwagen voor ons. Nog even en we hebben ons avondmaal bij elkaar!

Ter hoogte van Palma beginnen de eerste tabaksvelden, met op de achtergrond de Mogotes. Enorme groene bergen. We stoppen bij het eerste tabaccoveld om foto’s te maken. Daarna volgen er nog veel meer. De eerste casa ivol! We hadden nog een tip van andere reizigers. Ook vol. Gelukkig stikt het in Vinales van de casas. We vragen ons af of hier wel ‘gewone’ mensen wonen. Elk huis lijkt een casa. De dame van de laatste casa loopt naar de buren, Flora y Lorenzo. Ze hebben nog twee kamers. Een prima plek, schoon, met airco, warme douche, voor 25 CUC per kamer. We vieren onze aankomst met een huisgemaakte mojito.

Cuba VinalesEl Campo

De volgende morgen vroeg gaan we met een gids naar ‘El Campo’. Bij het laatste huis schreeuwt een varken het uit… ‘Finito’ roept de gids terwijl hij met zijn hand een gebaar langs zijn keel maakt. Welkom op het platteland! Eenmaal door het hek belanden we in een totaal andere wereld. Een oase van rust. Geen casa meer te bekennen, alleen prachtige groene velden met tabacco planten en rode wegen.

Cuba VinalesOp het veld ploegt een man met twee ossen. Terwijl ik ze sta te filmen lopen ze mij bijna omver… Verder op liggen een paar witte ossen te rusten. Een schilderij van Van Gogh komt tot leven. Of is het Paulus Potter? In ieder geval gaan we way back in time.

Het uitzicht in de vallei is adembenemend. Op de achtergrond staan mogotes. Vroeger was hier een plateau van limestone. Water veroorzaakte grotten in het poreuze limestone en uiteindelijk was er zoveel uitgesleten dat het dak instorte.

Cuba VinalesAlleen de ‘sterkste bergen’ zijn overeind blijven staan, de steile Mogotes die nu als groene reuzen tussen dit vrijwel vlakke landschap staan. We lopen tussen de tabacco velden over kringelende rode zandpaden, langs de heilige Ceiba naar een Tabacco finca.

Even de sigaar inmasseren met honing

Even de sigaar inmasseren met honing

De Tabacco Finca

De grond in dit deel van Cuba is bijzonder vruchtbaar en zorgt voor de beste tabaksbladeren ter wereld. Cohiba, Monte Cristo, Romeo y Julieta en Partagas, alle bekende sigarenmerken komen voorbij. Het plukseizoen is net in maart afgesloten. De tabak hangt nu te drogen in de kenmerkende houten huisjes met een puntdak van palmbladeren. Daar krijgen we uitleg over de teelt, de verschillende bladeren, het tabaksseizoen en natuurlijk hoe je een sigaar moet rollen. De boeren staan 90% van de oogst af aan de staat. Deze 90 % gaat naar sorteerfabrieken en daarna naar verschillende tabaksfabrieken door het hele land. De staat bepaald welk deel de boer mag houden. Houd de boer zich niet aan de regels, of verbouwt hij wat anders, dan verliest hij het stuk grond. Ze krijgen twee keer per week controle (op insecten) en of het allemaal wel ecologisch gebeurd. Deze finca is al vier generaties in het bezit van deze familie.

Roken als een echte Cubaan

Roken als een echte Cubaan

Roken als een cubaan

Daarna krijgen we een sigaar van het huis. De tuut wordt eerst even lekker ingemasseerd met zelfgemaakte honing. Een trucje van het huis. Goed voor de keel. En ze snijden de tuut hier niet af, maar maken een gaatje in het uiteinde. Willen we roken als een Cubaan, dan moeten we de sigaar tussen onze tanden klemmen en vooral door blijven praten! Niet inhaleren, maar de rook langzaam uit onze mond laten ontsnappen. De as van onze sigaar is grijs / wit. Een teken dat we een goede sigaar te pakken hebben, volgens de boer.

Cuba VinalesBij een kleine koffiefinca houden we een lunchstop. Ook hier krijgen we een rondleiding. Omdat de finca klein is, gaat maar dertig procent van de koffiebonen oogst naar de staat. Verder verbouwen ze fruit en groente voor eigen gebruik. We kunnen de koffie en honing van 100 verschillende soorten bloemen kopen. Alles zit in hergebruikte waterflessen! Alles op deze finca is handwerk en biologisch.

Cuba VinalesMoe en voldoen ploffen we neer in de schommelstoel voor onze casa. Het rode stof zit overal!