No Despacho! Uitklaren in de DR

We zijn een beetje vroeg, de instanties om uit te klaren zijn er nog niet...

We zijn een beetje vroeg, de instanties om uit te klaren zijn er nog niet…

Dagen analyseren we het weer. We raadplegen verschillende weerbronnen. Het toverwoord is ‘moderate’. En vanmorgen gaf Chris Parker een go voor een tocht naar de Samana baai. Daar moeten we wachten tot vrijdag, om de overtocht door de Mona-passage naar Puerto Rico te maken. Yesssss, we hebben een weergat! Nu nog een despacho naar de Samana-baai van de Commandante en dan zijn we vrij om te gaan.

We gaan uitklaren…

We melden ons eerst af bij de Immigratie, Port Captain en Aduana. Daarna moeten we naar de Comandante. Hij zit op een heuvel naast de pier. Onder de heuvel stroomt een rivier, maar er is geen brug. Om bij de Comandante te komen moeten we het hele dorp door. Eenmaal boven kijken ze ons vragend aan. We leggen uit in ons beste Spaans dat we naar de Samana-baai willen varen. “No, Despacho!” Krijgen we als antwoord. Huh? Geen uitklaarbewijs. Kan dat ook nog? Daar hadden we geen rekening mee gehouden. De Blabber & bemanning is er klaar voor. Chris Parker geeft een go voor wat betreft het weer. En nu gooit de Comandante roet in ons weergaatje… “Ehhhh, waarom niet?” Proberen we nog. “Tormente, mucho ola’s, la tiempo es mal!” Hoezo het weer is slecht? We hebben alle bronnen nauwkeurig bestudeerd en dit is echt het moment om een stapje verder naar het oosten te gaan. “NO, no despacho!” We doen nog een poging … “Mogen we zien waarop jullie dit baseren?” Hij kijkt ons verbaasd aan… “No hay internet”. En daarmee is het verhaal uit. De Comandante overruled weergoeroe Chris Parker. We krijgen vandaag GEEN despacho. Morgen? Misschien. Dan moeten we ons maar weer melden om 8 uur.

In discussie gaan heeft geen zin. Deze mensen hebben niet de autoriteit. Ze hebben geen benul van het weer of hoe het werkt bij een zeilboot. Maar deze mannen moeten ons wel voorzien van een geldig uitklaarbewijs. “Nou dan ga je toch weg zonder?” zie ik jullie denken. Ja, normaal wel. Het maakt de Puerto Ricanen niet uit, maar de noordkust van de Dominicaanse Republiek is lang en we kunnen dit met de korte weerwindows niet in een keer doen. We moeten waarschijnlijk in Escondido of de Samana baai stoppen. En als we dan niet de juiste papieren kunnen overleggen hebben we een probleem. De Comandante heeft misschien geen internet maar wel een GSM en de volgende baai zit maar een telefoontje weg. We nemen geen risico. De Luperon baai en het dorp is klein. Iedereen kent elkaar en helpt elkaar. Voor we goed en wel buiten zijn, hebben we waarschijnlijk de eerste autoriteiten al aan onze boot hangen.

We moeten gewoon wachten. Niet ons sterkste punt. Maar voor nu blijven we nog even. Cerveza?

Op zoek naar de ultieme sigaar in Santiago de los Caballeros, DR

Tijdens het sigaren rollen mag iedereen gratis sigaren roken!

Tijdens het sigaren rollen mag iedereen gratis sigaren roken!

Een stad met zo’n 800.000 inwoners die bij de meeste bezoekers van de Domincaanse Republiek niet op het verlanglijstje staat, omdat de witte palmenstranden ontbreken. Deze hub ligt temidden van de Cibao-vallei aan de voet van het Cordilla gebergte. Vanwege de vruchtbare grond in de omgeving is er wel tabak, suikerriet, cacao, koffie en vele soorten fruit & groente. Santiago de Los Caballeros is de graanschuur van de Dominicaanse Republiek. Het is een levendige handelsstad, met straatverkopers, winkels, cultuur, theaters, tentoonstellingen, de grootste groente- en fruitmarkt, maar ook textiel, cement en houthandel en de stad staat garant voor een authentiek dagje DR.

Een replica van de Aurora fabriek uit 1903, de oudste in de Dominicaase Republiek!

Een replica van de Aurora fabriek uit 1903, de oudste in de Dominicaase Republiek!

Een rondleiding door de Aurora sigarenfabriek

We beginnen bij de sigaar. De beste sigaren komen volgens kenners uit de Dominicaanse Republiek, vanwege de kwaliteitscontroles die strenger zijn dan in Cuba. Na een paar mislukte aankopen op straat gaat Ben nu voor La Aurora, een echte Dom Rep sigaar uit de oudste sigaren fabriek in de Dominicaanse Republiek. En laat de fabriek van de Jimenez familie nou in Santiago de Caballeros staan. Aan de rand van de stad, in de Zona Franca (vrije handelszone) Tamboril.

Eindelijk een goede sigaar!

Eindelijk een goede sigaar!

Na een uurtje rijden staan we voor de replica van de fabriek uit 1903. Het oogt echt als een fabriek, zouden we hier wel een rondleiding kunnen krijgen? “Are you coming for the tour” vraagt de dame als we de ontvangsthal met twee oude T-Fords binnen stappen. Siiiii!! “Ok, give us five minutes, than Eugenio will come and give you the tour through the factory. Take a cup of coffee”. Dit is een onverwachte ontvangst na de weigering bij de buren Davidoff. We laten ons zakken op de kunstzinnige bankjes van pallets en oude zakken waar vroeger de tabaksbladeren in werden vervoerd en schenken een kopje koffie in.

Voelen, proeven, roken... Alle zintuigen worden geprikkeld bij de Aurora fabriek!

Voelen, proeven, roken… Alle zintuigen worden geprikkeld bij de Aurora fabriek!

Wat een beleving!

En dan komt Eugenio de hal binnen. Paffend op een grote sigaar met in zijn borstzak nog 3 grote sigaren. “Is er iemand die alvast een sigaar wil roken?” Siiiii, het kost Ben twee seconden om enthousiast te antwoorden. Eugenio pakt een enorme sigaar uit zijn borstzak, knipt het puntje af en steekt hem aan terwijl Ben tevreden aan de sigaar trekt. Voor Ben kan de tour niet meer stuk. Al lurkend aan zijn sigaar gaan we naar de eerste ruimte die van alles laat zien over het productieproces van tabaksbladeren. We zullen jullie niet vervelen met alle stappen, want die zijn op internet te vinden als je googled (hier), maar de ruimte was geweldig. Een en al beleving met een stukje geschiedenis aan de hand van foto’s, oude apparaten, tabaksplantjes die pas gezaaid waren van 1 tot 5 weken, een nagebouwde hut uit de campesino waar tabaksbladeren te drogen hingen en onder een net stond een tabaksplant in bloei. Een bezonder moment volgens Eugenio, want dat gebeurt niet elke dag.

Santiago de los CabellerosDe fabriek: van rijpen naar sorteren, rollen en inpakken

Na een stukje uitleg gingen de deuren naar de fabriek open. Onder de tabaksbladeren door lopen we naar de volgende ruimte. Die geur! Heeeeerlijk! Ben heeft inmiddels een flinke grijze kegel aan zijn sigaar (een teken dat het een goede sigaar is). We lopen langs de eikenhouten vaten waar de tabaksbladeren ‘rijpen’, ehhh zeg je dat wel zo bij sigarenbladeren? Geen idee. Het heeft wel wat weg van het whisky-proces. Die twee gaan ook vast goed samen! We mogen elk willekeurig vat openen, de bladeren vasthouden, voelen & ruiken. Al onze zintuigen worden gestreeld. Via de sorteerruimte en de vaten lopen we naar de enorme (show) ruimte waar de sigaren worden gerold. Een kunstig werkje. Snelle handen vouwen de bladeren en dichten de punt. Elke medewerker is goed voor zo’n tweehonderd gerolde sigaren per dag. Ze kunnen wel meer, maar dat gaat ten koste van de kwaliteit. Totaal worden er 40.000 per dag gemaakt!

Ben neemt een doosje mee!Tenslotte belanden we in de tienda en koopt Ben een paar dozen sigaren voor de komende nachtwachten.

Santiago de los CabellerosLunch in de Comedor

Als we de fabriek uitlopen, komt een horde medewerkers ons tegemoet. Ze hebben net gelunched. Onze maag knort inmiddels ook. Waar is de comedor? Todo recto! We volgen de stroom medewerkers in tegengestelde richting en belanden in een grote eetzaal. Voor nog geen 5 dollar hebben we een prima lunch inclusief melk! Hoe local wil je het hebben?

Santiago de los CabellerosCarnaval en maskers

Eind februari is het carnaval in de Dominicaanse Republiek. Dat gaan we helaas missen (het leven van een zeiler bestaat uit consessies). Maar in Santiago de Caballeros is een museum met de maskers van de kleurrijke duivels. Volgens de reisgids moeten we naar het ‘Museo Folklorico de Tomás Morel’. We parkeren de auto midden in het centrum bij een supermarkt en lopen het laatste stuk. Als we de weg vragen kijken ze ons bezorgd aan. Het museum is er wel, maar er is iets mee. Wat, is ons niet helemaal duidelijk. Is het gesloten? Ja en nee. Ok, waar moeten we dan heen? De weg blijven volgen.

Kunstige straatverkopers

Kunstige straatverkopers

Ondertussen passeren we theaters en tentoonstellingen. We zitten duidelijk in de culturele buurt. We vragen het nog een keer, want in de Caribbean zijn we er nooit zeker van of de uitleg klopt. Het mysterie wordt groter en groter. En dan staan we voor een oud vervallen houten gebouw. Zou dit het zijn? Volgens de plattegrond op de app Maps.me wel. Er hangt een groot plakkaat met in kapitalen ‘CERRADO’. Gesloten dus, wegens opknap werkzaamheden. Tja, dat is wel nodig. De maskers zijn van papier-maché en het lijkt me niet dat ze in dit gebouw droog blijven. Teleurgesteld draaien we om. Dit stukje cultuur gaat aan ons voorbij. En dan worden we op het Duarte plein verrast. De tentoonstelling blijkt verplaatst.

Santiago de los CabellerosHet hangt hier vol met kleurrijke maskers van de ‘hinkende duivels’ uit Santiago, die met een varkensblaas en zweep het publiek prikkelen. Wow! Wat een kunstwerken. En wat moet dat zwaar zijn zo’n ding op je hoofd.

Santiago de los Cabelleros

Monumento a los Heroes de la restauration

We sluiten ons culturele dagje af bij dit enorme monument. Dictator Trujillo bouwde het in 1940 om voornamelijk zichzelf te eren. Het is monsterlijk groot, we kunnen er niet om heen, het was zelfs vanaf de snelweg te zien. Nadat hij om het leven is gebracht, wordt het monument snel omgedoopt tot een monument voor de helden die de republiek herstelden. Het is ook een soort knooppunt voor Carnaval. Overal op de wegen rond het monument staan podia, tribunes, dranghekken en standjes van Presidente (de biersponsor). Zondag gaat het los! Sjips, wat hadden we daar graag bij willen zijn….

Santiago de los CabellerosHet verkeer is gekkenwerk

Rond spitsuur rijden we terug. Het is gelukkig nog licht, dus we kunnen de gaten in de weg goed zien. Maar dat is niet onze grootste zorg. Op de vierbaansweg is het een drukte van jewelste. Ze rijden gewoon door rood, zigzaggen over de weg en toeteren als gekken. Voor ons geeft een vrachtwagen flink gas. Een mega zwarte rookwolk drijft onze kant op. Van achteren komt een motorrijder zigzaggend tussen de rijen door op hoge snelheid. Naast ons wil een oude blauwe bak zich tussen onze auto en een auto naast ons wurmen… Ben geeft niet mee. Hij heeft zelfs geheel volgens lokaal gebruik de toeter ontdekt. De Dominicaanse man moet lachen om de ingeburgerde Ben! Tja, het stond niet op onze bucketlist, maar ook dit is een stukje proeven van de lokale cultuur!

Santiago de los Caballeros was een fantastische stad!

Santiago de los Caballeros was een fantastische stad!

Tegen de wind en stroom in naar het oosten

Voorbereiding deel 1: diesel halen

Voorbereiding deel 1: diesel halen

We zijn er klaar voor! We willen verder naar het oosten. En dat is best lastig. Want van hier uit naar het oosten betekent tegen de tradewind en stroom in. Daarnaast varen we aan lager wal langs een kust vol riffen en zijn er weinig mogelijkheden om te schuilen indien het weer slechter wordt. Te veel stoppen onderweg willen we ook niet, omdat de verhalen van medecruisers over de ontmoetingen met de autoriteiten en procedures verderop langs de Dominicaanse Noordkust niet erg bemoedigend zijn (voornamelijk opnieuw moeten inklaren met alle bijkomende kosten en ‘gifts’ behoren tot de scenario’s). En als we er nog een schepje bovenop mogen doen. De Mona-passage is een oversteek die we alleen met rustig weer kunnen doen. We varen hier tussen twee grote eilanden door. Er zijn veel ondiepe stukken waar de Equatoriale stroom tegen aan botst, waardoor de stroming onvoorspelbaar is en behoorlijk tegen kan werken. Tot zo ver de uitdagingen. Nu de mogelijkheden. Wat voor strategieën kunnen we bewandelen?

Voorbereiden deel 2: drinkwater aanvullen 'the Luperon-way'

Voorbereiden deel 2: drinkwater aanvullen ‘the Luperon-way’

Het ideale plaatje is in een keer doorvaren naar Puerto Rico. Maar daarvoor hebben we zeker 4 rustige dagen zonder al te veel wind en golven nodig. We zijn al eerder verwend door het weer op onze tocht naar de Dominicaanse Republiek en nog een keer zo’n kadootje op korte termijn lijkt een utopie. De koufronten uit Amerika zijn afgezwakt en de Tradewinds zetten harder door, hierdoor is de kans op dagen zonder wind kleiner en de weerwindows worden korter.

Een andere optie komt uit het boek “The Gentleman’s Guide to Passages South” van Bruce van Sant. Een soort ‘bijbel’ over hoe je vanuit Amerika tegen de wind in naar de Caribbean kunt varen via het ‘doornige pad’. Om de doornen uit ons pad naar het oosten te halen, moeten we vooral tegen middernacht vertrekken, zodat we gebruik kunnen maken van de ‘night lee’. Elke avond tegen middernacht gaat de wind liggen door de bergen. Hierdoor kunnen we ’s nachts ongeveer vijftig mijl motorzeilend naar de volgende baai, waar we voor tien uur in de ochtend aan moeten komen, want danvoor de wind weer opsteekt. Een strategie die we nog kennen van de zuidkust van Puerto Rico. Bij deze strategie zijn de stop mogelijkheden Rio San Juan, Escondiso en de Samana baai. Maar dat betekent wel meer kansen op ontmoetingen met autoriteiten.

Voorbereiding deel 3: een glad buikje voor het onderwaterschip

Voorbereiding deel 3: een glad buikje voor het onderwaterschip

En de derde mogelijkheid is wachten op rustiger weer, waardoor de wind en golven afnemen en wij twee weergaatjes kort achter elkaar kunnen benutten om in twee stappen naar Puerto Rico te gaan. Bij het eerste weergat varen we dan naar de Escondido- of Samana-baai. Daar kunnen we wachten op het volgende weergat van twee dagen, om de Mona-passsage over te steken naar de westkust van Puerto Rico.

De twee-stappen strategie wint het wat ons betreft. Het is overzichtelijk en voorkomt al te veel gedoe met autoriteiten in de Dominicaanse Republiek. Het wachten is dus op het toverwoord ‘moderation’ van weergoeroe Chris Parker. Als dat moment zich voordoet kunnen we ons afmelden bij de autoriteiten en eenDespachio halen bij de Commandante. We halen in ieder geval een Despachio naar de Samana baai. Mochten we dan moeten stoppen onderweg, zijn we verzekerd van de juiste papieren. Kunnen we wel in een keer door, dan maakt het voor de Puerto Ricaanse autoriteiten niet uit.

Het grote staren naar het weer is begonnen. Ondertussen zorgen we er voor dat de boot er klaar voor is. Dat betekent voorraden aanvullen, kleine flesjes rum inslaan (voor als we toch ‘a gift’ nodig hebben), water & diesel bijvullen en de onderkant van de boot pokken- en waterplantjes vrijmaken. Wordt vervolgd.

De sigaar! We komen er niet in bij Davidoff, DR

Keuzestress!

Keuzestress!

Na alle uitlaatgassen zijn we toe aan frisse lucht. We gaan de bergen in, naar het platteland. We overnachten in Jarabacoa. Een rijk bergplaatstje dat in ze zomermaanden veel bezocht wordt door mensen uit Santo Domingo omdat de temperatuur in de bergen zo aangenaam is. Het is bekend vanwege raften op de rivieren, paardrijden, watervallen en wandelingen. Maar daarvoor zijn we een beetje gammel (last van verkoudheid), dus we gaan op zoek naar een boot die ergens in de bergen geparkeerd staat, sigaren & vers fruit. Het eerste wat we langs de kant van de weg tegen komen zijn Mazorca standjes met grote ronde Torta’s. Arepa Dominicana. Een soort maistaart. Er staat niet een zo’n standje, niet twee of drie, maar wel 100 dezelfde standjes. Van je zelf onderscheiden hebben ze duidelijk nog niet gehoord. Alles lijkt op elkaar en het aanbod is gelijk. Goed voor een dosis keuzestress, want waarop baseren we nu onze keuze als we een stukje taart willen proeven? “Mammi Arepa” klinkt roept de buurman hard als we twijfelen en vaart minderen. Uit een hutje rent een vrouw naar haar standje. We mogen een stukje proeven. En dan durven we geen nee meer te zeggen.

Verse aardbeien!

Ja echt het klimaat is zo goed in de bergen dat er aardbeien groeien! Ongelofelijk, dat is lang geleden, doe ons maar twee dozen! Als is super vers en ongekoeld. Dat betekent dat we het langer kunnen bewaren en we slaan flink in. Een paar pina’s, bananen, verse koriander, wortels en aardappelen. We laden de auto vol. Bij de bakker halen we brood en cake. Voor de lunch zitten we gebeiteld!

DavidoffVan vers fruit naar de sigaren van Davidoff

En dan rijden we langs de eerste typische drooghutten voor tabaksbladeren. We moeten gewoon in de buurt van een sigarenfabriek zijn. We passeren in de buurt van Navarette/La Vega een groot wit gebouw. Davidoff staat er in grote letters op het gebouw. Iiiieeeehhhhhhh, Ben trapt op de rem. Draait de auto en rijdt via de berm tegen het verkeer in terug naar de fabriek. Wat de lokalen kunnen, kunnen wij ook. Het is tijd voor een sigaar.

DavidoffDavidoff komt oorspronkelijk uit Cuba, maar zit sinds 1990 in de Dominicaanse Republiek. Veel Cubanen zijn gevlucht uit Cuba en zetten hier de sigarentraditie voort. “Kunnen we daar parkeren” Ben wijst naar het parkeerterrein achter de gesloten slagboom.

Met wie heeft u een afspraak? “Fernandez” reageert Ben snel. Ahhh, ze kennen haar en gaan bellen. Daarna komt hij tevoorschijn met een visitorpas en de slagboom gaat open.

Zino DavidoffWe worden verwacht en mogen doorrijden! In de ontvangsthal moeten we wachten. Het ruikt naar sigaar. Aan de muur hangt een schilderij van oprichter Zino Davidoff. Uit zijn borstzak steken een paar Davidoff sigaren. Dan komt er een dame van marketing. Helaas kunnen we geen tour krijgen. Daarvoor moeten we bespreken, want er moeten mensen vrij gemaakt worden voor de tour. Plausibel. Ze overhandigt ons een document waarop alles wordt uitgelegd, inclusief haar emailadres, waar we de aanvraag kunnen indienen. Ik lees snel wat er op staat. Het is een print van een internet pagina met daarop de tours en de PRIJZEN! De goedkoopste rondleiding kost maar liefst 70 dollar! Ja, maar dat was niet de bedoeling. We willen graag een gratis tour waarover we een artikel kunnen schrijven en op z’n minst een gratis sigaar proeven. Maar hoe we ook proberen (“we are famous writers from Holland”), we komen er niet in!

Davidoff fabriekTeleurgesteld gaan we retour auto. Echter naast het kantoor spotten we de fabriek. En hij is open! Met ons visitorspasje goed in zicht betreden we de fabriek en gluren naar binnen. Voor ons zitten rijen sigarenrollers. Ben vertelt met royale armgebaren een onzinverhaal terwijl ik snel een paar foto’s schiet. Het is blijkbaar overtuigend, want er komt niemand naar ons toe. Ok, een sigaar hebben we niet gescored, maar de fabriek hebben we toch mooi gezien & geroken. Mmmmmm.

Cacoa!

Cacoa! Alles wordt verscheept naar een chocolade fabriek in Zwitserland

In de bergen in op zoek naar een zeilboot, deel 1

Niet de meest logische plek om naar een zeilboot te zoeken, maar Hedda en Walewijn hebben over deze boot in de bergen gehoord van een Amerikaans stel. Een bijzonder verhaal. Dat willen we wel eens met eigen ogen zien. ‘Bij Navarette de berg op’ is de enige aanwijzing die we hebben. Nou is Navarette een behoorlijk grote plaats. Gelukkig gaan er niet al te veel wegen de bergen in en wij pakken de eerste smalle slingerweg omhoog. “Donde es el velero?” Vragen we aan een tegenligger. Zijn hoofd is een groot vraagteken. Barco? Daarvoor moeten jullie in Puerto Plata zijn, een plaats aan de kust. Niet erg bemoedigend.

Waar zijn de sigaren?

Waar zijn de sigaren?

We rijden door, nog steeds tussen de tabaksvelden. Verder barst het van de bananenbomen en velden vol papaya’s. Het water loopt ons in de mond. Helaas is niets plukrijp. Er moeten hier ook veel avocadobomen staan, maar die zien we nergens hangen. We vragen nog een paar keer naar de boot aan een paar mensen langs de kant van de weg, maar niemand kent een boot. Bovenop de berg staan inderdaad huizen ‘van gringo’s’, maar ze reageren niet en we zien ook geen boot…

We geven het op voor nu en rijden aan de andere kant van de berg naar beneden. De slingerweg verandert in een dirtroad. Komt onze 4-wheel drive toch nog goed van pas! De huizen worden schaarser, armoediger en kleiner. “Dirrecion Imbert” vragen we aan een man op een ezel. Si si, en hij wijst dat we rechtdoor moeten. De kuilen in de weg worden groter en groter. We schudden van links naar rechts. Als we bij een kruispunt oversteken kijken een paar mannen ons zorgelijk aan. Jullie kunnen hier niet verder! Ook niet met een 4-wheel drive? Nee, dat gaat niet, jullie moeten terug. Oops, toch niet over de hele berg, het is al behoorlijk laat en wordt snel donker? Nee, er komt nog een afslag, die kunnen jullie pakken en leidt ook naar Imbert. We zien de afslag. Schudden nog een stuk naar beneden en rijden dan onderaan de berg weer de snelweg weer op! Pfff we made it!

Los 27 saltos de Damajagua, DR

This is FUN!!

This is FUN!!

Ik moet wat bekennen. We zijn nu al een aantal dagen in de Dominicaanse Republiek en is het tijd om wat op te biechten… Ok, daar gaat ie dan. Dit eiland stond niet bovenaan mijn verlanglijstje. Sterker nog, ik wilde er het liefste na de Bahama’s met een grote boog om heen varen. Waarom? Vanwege de slechte verhalen van medecruisers over lastige in- en uitklaarprocedures. Ben wilde er wel graag heen en door de ontmoeting met Audrey & Richard van de ‘Celebration’ in Fort Lauderdale begon mijn weerstand te wankelen. Zij waren zo enthousiast over hun recente bezoek aan Luperon in de DR. Helemaal geen lastige inklaarprocedures. “Er hangt gewoon een bord bij de douane met alle prijzen en daar houden ze zich aan” vertelt Audrey om mij te overtuigen. De inklaarprocedure is hierdoor zeer transparant. Zij waren rond de 150 dollar kwijt en de ambtenaren waren heel vriendelijk. “Jullie moeten er gewoon heen en als jullie gaan, ga dan zeker naar de 27 watervallen!” doet Richard er een schep bovenop. “De wat?” vragen wij. De 27 Saltos de Damajagua. Maar liefst ZEVEN-en-TWINTIG watervallen om van af te springen! Daar was het toverwoord! Geen twijfel meer. Ik was om.

At the top, from here it's down, down, down...

At the top, from here it’s down, down, down…

All the way up!

Inmiddels liggen we in de Luperon, hebben de inklaarprocedure zonder problemen overleefd en rijden we op onze gehuurde 150 CC motor het vrijwel lege parkeerterrein bij de watervallen van Damajagua op. Het is nog vroeg en er komt vandaag geen cruiseschip in Puerto Plata. Dat betekent minder bezoekers. Hongerig staart een grote horde gidsen ons aan. “Helemaal naar boven?” vraagt de man achter de toonbank. Siiiii, we gaan all the way! “Moedig” zegt de man als hij ons de kaartjes overhandigd. We krijgen een zwemvest, helm en gids toegewezen, laten overbodige spullen achter in een locker en dan begint de grote klim naar boven. Ondertussen worden we lek geprikt door mosquitos, maar dat voelen we nauwelijks door de grote opwinding.

Na een klim van een half uur ligt de eerste waterval aan onze voeten! Kicken! Met knikkende knieën schuif ik voetje voor voetje naar de rand. Daar zet ik de camera aan. “One, two, three…” Ik spring… Er is geen weg meer terug… Een seconde zweef ik. Tussen rots en water. En dan land ik in het water tussen de kolkende golven. Ik ga kopje onder. Water, bubbels, geruis, het duurt even voor ik door mijn zwemvest weer naar boven drijf. Glimlachend en proestend kom ik boven. “Dit is gaaaaaaf” roep ik naar Ben, die een glimlach van oor

Ben gives the word floating a new meaning

Ben gives the word floating a new meaning

tot oor heeft. Nog 26 te gaan! Joehoe, let the fun begin.

Floaten

De daaropvolgende uren klauteren, springen en drijven we. Dan worden we weer tussen grote rotsen door geperst. Soms met grof geweld. De bescherming is geen overbodige luxe. De rotsen zijn gelukkig niet scherp, alleen een beetje hard. Het decor is adembenemend. Sereen. Groen. Grote rotsblokken liggen als zwerfstenen in het water. Overhangende bladeren en lianen. Met daartussen de stroom water die ons meevoert naar beneden. Een magische tocht. Het is bijna niet uit te leggen. Dit moet je gewoon zelf meemaken! We stellen het geduld van onze gids aardig op proef. Hij doet dit werk al zo’n 25 jaar en heeft die watervallen wel gezien. Hij wil eigenlijk zo snel mogelijk naar beneden en pakt vooral de wandelpaden langs het water. Maar daar trappen wij niet in. Het zwemvest heeft een fantastisch drijfvermogen en het zou zonde zijn daar geen gebruik van te maken. Ben drijft voor mij in de zoveelste plas. Hij geeft een totaal nieuwe invulling aan het woord floaten. Ik drijf achter hem aan en laat de stroom mij voortduwen, terwijl ik geniet van de omgeving en rustig op mijn rug foto’s van het uitzicht maak. Aan het einde van de stroom knuffelen we een rots met een stroom door de zon verwarmd water. Wat een spektakel. Wij hebben geen haast. Tranquillo! Dit is genieten met een grote G!

“Verderop is het veel mooier” roept de gids in een tevergeefse poging, als we in de zoveelste plas langzaam voorbij drijven. Jaja, daar trappen we mooi niet in. Dat zeggen ze altijd en voor je het weet ben je veels te vroeg aan het einde. Dit kan ons niet lang genoeg duren. Dus we blijven floaten en duiken de volgende plas in…. Geen gids die ons weerhoudt, ook al staat ie aan het einde van de stroom een beetje duimen te draaien. Bij waterval twaalf begint het mooie stuk, waar de gids het over had. Hij stelt voor om een filmpje met mijn camera te maken terwijl wij springen en floaten tussen de rotsen. Dit stuk is inderdaad fantastisch en snel zwemmen we achter de man met mijn camera aan… Heeft hij nou toch een slimme manier gevonden om meer beweging in de groep te krijgen? Gauw neem ik de camera weer over. Na drie uur is de waterval experience ten einde. We klauteren nog een keer bij de laatste waterval naar boven voor een toegift en dan is het echt over. Dit was fun op hoog niveau!

Lunch bij Imbert

Op de terugweg naar de boot stoppen we in het plaatsje Imbert voor een welverdiende lunch bij Paulo. Door de vitrines heen zien we sappige stukken kip, rijst met bonen en een lasagna met de Guineo (banaan). Onze ogen zijn groter dan de maag. Het smaakt voortreffelijk en we krijgen het recept voor de bananenlasagna mee naar huis. Jummie!

Ik heb natuurlijk tig foto’s en filmpjes gemaakt (lang leve de onderwater-camera), maar het filmpje moet even wachten tot het internet wat sneller is… Lo siento!

Op een 150CC dwars door de Campesino van de Dominicaanse Republiek

Discovering the DR on a 150CC

Discovering the DR on a 150CC

“Holaaaaaa!” Onze toeter doet het niet. Dus roepen Hola links en Hola rechts, terwijl we door Luperon rijden en zwaaien naar de mensen die we passeren. Ik zit bij Ben achterop. De wind waait door mijn haren. Een helm is niet nodig. Rijbewijs? Ze vragen er niet naar. Als we 450 pesos (ongeveer 12 $) afrekenen zijn we vrij om te gaan. De local way om ons te verplaatsen in de omgeving van Luperon.

Dominicaanse Republiek“Oehoehoe – oerend hard” dreunt het door mijn hoofd. Waarom denk ik nu aan het liedje van Normaal met Tinus op de motor en Bertus op de BS- Aaaaa….. en niet aan bijvoorbeeld een goede quote uit het boek ‘Zen en de kust van het motoronderhoud” van Robert Pirsig of uit het boek ‘Blue Highways” van William Least Heatmoon? Bemberdebembembem… De motor maakt een heerlijk geluid als Ben gas geeft richting de kustweg naar La Isabella, de eerste nederzetting in de Nieuwe Wereld van Colombus. “Pas op, daar zit een school met verkeersdrempel”. Ben neemt gas terug. Midden op de drempel slaat de motor af. We moeten nog even wennen. Dan rijden we het dorp uit en volgen de slingerende weg door de groene heuvels van het Cordillera Septentrional. Het landschap heeft veel weg van Europa, als we de palmbomen wegdenken. “Oh, daar zit een gat in de weg”. Al snel slingeren we behendig als echte locals om de gaten heen. ‘Traffic jam!’ Een kudde koeien loopt over de weg. We glijden langs mais- en rijstvelden door het ruige boerenlandschap van de Dominicaanse Republiek. Het ruikt naar hooi. In de berm staan melkbussen en af en toe een ezel of koe blaadjes te eten van de bomen. Er schieten kippen over de weg. Een stel Caballeros komt op paard voorbij.

No bridge!

No bridge!

Dichterbij de kust verwisselen we het asfalt voor een dirtroad. En dan staan we bij een rivier. De weg gaat niet verder. De brug is ingestort. Een man duwt een zelfgemaakt vlot over de rivier. Voor 100 pesos (de prijs van 1 koud biertje) kunnen we inclusief motor naar de overkant. Het ziet er geweldig uit, maar we besluiten om te draaien voor een lunch op het strand bij Isabella. Na de lunch volgen we via de kaart op de app Maps.me een binnendoor weg naar Luperon en belanden ineens bij een smalle rode blubberige dirtroad. Deze ziet er wel erg dirty uit. Geen idee hoe lang deze weg duurt en waar we precies doorheen gaan. Het is iets te veel avontuur, we gaan retour asfalt. Tegen de avond naderen we Luperon. “Holaaaaaa!” Al zwaaiend rijden we nu moeiteloos over de verkeersdrempels en tussen alle verkeerschaos door. We leveren de motor in en drinken ter afsluiting een Grande Fria (een grote Presidente van 600 ml) bij Wendy’s.

Wat was dit gaaf. Ondanks een houten kont besluiten we morgen weer een ‘brommer’ te huren. Dan gaan we naar de 27 watervallen! Dit is toch wel de ultieme manier om de binnenlanden van de Dominicaanse Republiek te ontdekken.

We verkennen de baai en het strand in Luperon, DR

Alfredo Simon, the famous Dominican Rep Beisbol player from Luperon.

Meet Alfredo Simon, the famous Dominican Rep Beisbol Pitcher from Luperon.

We hebben zooooo lekker geslapen. Wat een oase van rust deze baai. De boot draait een beetje op de eb & vloed beweging, maar ligt praktisch stil en we horen geen (verkeerd)geluiden! Ok, op een paar generatoren van longstayers met slechte accu’s na. ’s Morgens worden we wakker gekraaid door een haan, gevolgd door een paar vissersbootjes die naar zee gaan. Yes! We liggen in de Dominicaanse Republiek, in een nieuwe tijdzone, we zetten de klok een uur vooruit (nu UTC -/- 4 uur). Het is nog steeds een beetje onwerkelijk. Wat hebben wij een mooi weerwindow gehad!

The anchorage

The anchorage

Luperon

Het plaatsje Luperon ligt aan grote beschermde baai, omgeven door groene heuvels en mangrove, zoals je op het kaartje “The Gentleman’s guide to Passages South” van Bruce van Sant kunt zien. Wij liggen vrij diep de baai in. Hierdoor hebben we praktisch geen last van swell (golven). Een klein minpuntje. Het water is smerig. Als het eb wordt, stroomt alle viezigheid en afval van het dorp en de vissersvloot naar buiten. Wij hebben er geen, maar een watermaker draaien kun je hier wel vergeten. Of je moet richting zee naar het begin van de baai varen. Maar ‘je mag niet zo maar weg’ van de Commandante. Vaar je tussen havens dan heb je een dispachio (soort uitklaarbewijs van de haven) nodig. Voor een trip naar buiten om je water maker te laten draaien of iets te testen is het ook voldoende om je paspoort bij de Commandante achter te laten (zolang ze maar zeker weten dat je terug komt). Voor een verfrissende duik kun je masr beter naar het strand gaan.

Longstayers!

Longstayers!

Verkennend rondje met de dinghy

Er zitten een aantal ‘marina’s’ rond de baai. Nou ja, marina is een groot woord, ze hebben een steiger. Bij de mangroves liggen veel ‘Longstayers’. We leggen de dinghy bij de steiger van marina Puerto Blanco en lopen via de weg naar het strand aan de andere kant. Het ziet er behoorlijk Caribisch uit. Onderweg passeren we het all-in resort dat tot vijf jaar geleden voor heel wat werkgelegenheid zorgden in Luperon. Nu ligt het er troosteloos en verlaten bij. Als we het terrein oplopen worden we tegen gehouden door een bewaker die meteen vrienden met me wil worden op Facebook. “Alleen als we naar het zwembad mogen kijken”. Helaas mogen we niet verder. Dan ook geen vrienden haha.

Salute!

Salute!

Quote of the day ” if you get sick of the ice-cubs, you didn’t put enough rum in it!”

Onder de zeedruiven aan het strand zitten de locals met koelboxen, drank en een zak ijs. Uit hun auto dreunt swingende muziek. Er staat ook een hele luxe witte auto. Deze blijkt van Alfredo Simon. Een bekende plaatselijke honkbalspeler, die het nu pitcher is bij the Reds in Cincinnati, Amerika. “Hij wil wel met ons op de foto hoor” zegt een van zijn begeleiders (bodyguards?). Daarna krijgen we een fuerte vino tinto met ijs in onze handen gedrukt. Salute! Toch wel bijzonder, we zijn nog geen dag in een toch vrij arm land en krijgen alweer wat te drinken aangeboden.

De grote inklaar shuffle in de Dominicaanse Republiek

Land in zicht!!!

Land in zicht!!!

De hele nacht zien we lichtjes aan de horizon. ’s Morgens bij zonsopgang zien we eindelijk land. Een prachtig heuvellandschap in meerdere lagen gehuld in ochtendnevel. Terwijl we de kust naderen ruiken we het land, een combinatie van fris, aarde en vuur. Het is bijna laag water. De ingang van Luperon is volgens de boeken een beetje lastig, vanwege een paar ondieptes. Ze raden in ieder geval aan voor tien uur in de ochtend aan te komen, maar dat heeft vooral te maken met het feit dat na tien uur de tradewind op steekt. Wij hebben wederom een windstille dag en er komt alleen een frisse bries uit de bergen. We gebruiken de waypoints uit het boek van Bruce van Sant en de comments uit Active Captain. Als we de smalle ingang tussen de riffen naderen en de diepte meter rap rerug loopt zien we boeien! Dat maakt het een stuk makkelijker.

We slingeren tussen de boeien naar de haven. Aan stuurboordzijde halen vissertjes de dagvangst binnen. Langzaam naderen we de behoorlijk drukke ankerplek. Er heerst een serene rust. Het drijvende dorp moet nog ontwaken. Als we tussen de moorings een plekje zoeken komt Paco naar ons toevaren. “A mooring is 2 $ a day” zegt hij in het engels, terwijl hij een A-viertje met zijn andere diensten in onze handen drukt. Het aanbod is zeer aantrekkelijk, maar wij vertrouwen ons Rocna anker meer en er is voldoende ruimte om te ankeren. Lo siento. Wat later meldt ook Handy Andy zich, de andere boatboy van Luperon met een A-viertje.

En dan liggen we achter ons anker in de Dominicaanse Republiek! We worden omgeven door groene bergen. De tocht was super relaxt. En omdat het zo rustig was is zelfs de boot nog netjes. Het is nog steeds rustig in de baai, we horen alleen maar vogeltjes kwetteren.

First stop immigratie

First stop immigratie

Inklaren

We wachten een uurtje om te kijken of er iemand naar ons toekomt en varen dan naar de kant om in te klaren. Het Town Dock is aan een kant ingestort. Alsof er iemand tegen aan gevaren is. Via de kade lopen we richting het stadje Luperon. Aan het einde van de kade staan aan de rechterkant de gebouwen van de Immigratie, Douane, Port Captain en Agriculture. Daar moeten we eerst langs voor we door de slagboom kunnen die de weg naar Luperon blokkeert. Overal hangen, zitten, staan mannen. Vrij casual gekleed. Aan de petjes kunnen we zien waar ze van zijn. De eerste meldt zich. Hij blijkt van immigratie.

De inklaarkosten op een rijtje

De inklaarkosten op een rijtje

Terwijl Hedda en Walewijn binnen de papieren invullen worden wij benaderd door een man met een G4S logo. We moeten een toeristenkaart kopen a 10 $ per stuk. Beetje vreemd, want dit is voornamelijk voor toeristen die via het vliegtuig binnenkomen. Maar zolang wij die kaart niet kopen, doet de man van immigratie niets. Huh? Op een van de gebouwen hangt een bord met de prijzen en dit staat er ook tussen. We betalen en krijgen een lullig klein papiertje als bewijs, dat we volgens de man altijd bij ons moeten houden.

Second stop: Douane

Second stop: Douane

Uiteindelijk betalen we totaal 140 $ voor het inklaren:

  • 90 $ voor immigration
  • 10 $ voor de Port Captain (entree van de baai)
  • 20 $ toeristenkaart van G4S (10 p.p.)
  • 20 $ Agricultura
  • Bij de Aduana hoeven we niets te betaken.
Final: de mannen van de kustwacht en M2

Final: de mannen van de kustwacht en M2

We mogen door de slagboom! Maar niet voordat we de Guarda en M2 op onze boot hebben laten snuffelen. Ze wachten op ons. Vier mannen komen in het houten bootje van Handy Andy aanvaren. Maar een man is herkenbaar aan zijn gevechtstenue, de Commandante. Twee zijn van de M2 staat op het petje en de vierde weten we niet. Ze nemen allemaal plaats in onze kuip en maken onderling veel grappen, vooral over mujeres. Ze vragen naar onze paspoorten en papieren. Van de paspoorten wordt met een GSM foto’s gemaakt. De Commandante vult ondertussen een formulier in. “Where is your Dominican Republic flag?” Ehhh, ik sta met mijn mond vol tanden, deze vraag heb ik in bijna vijf jaar nog nooit gehad. “I’m still working on it” beantwoord ik zijn vraag. “When is it ready?” Ik wil eigenlijk zeggen “ahorita”, het woordje dat de dominico’s gebruiken voor later, maar ik durf niet en zeg ahora (morgen). Hij wilde vast Handy Andy helpen, die verkoopt namelijk vlaggen. “The Navy service is free, but a gift is welcome” vertelt de M2 man als ze klaar zijn. Dat komt mooi uit, want geld hebben we niet meer na het inklaren. ‘Cerveza?’ Dat willen de mannen wel. De mannen nemen de blikjes bier mee voor thuis en gaan naar de volgende boot. Yes, we zijn legaal en goedgekeurd in de Dominicaanse Republiek. Salute!

Onderweg naar Luperon DR, dag 2

Dominicaanse RepubliekDag twee zit er op. Nog 120 mijl te gaan. Korte versie: het gaat goed met de bemanning en de boot. We voelen ons fit. Er staat nauwelijks wind, de zee is kalm, het water wordt warmer en we motorzeilen met een gemiddelde van 5 knopen achter de Antares en de Wright Away aan gestaag naar de DR.

Langere versie. We hebben er weer 24 uur op zitten en komen steeds dichter bij de Amberkust van de Dominicaanse Republiek. Het is vrij relaxed aan boord, waardoor we muziek draaien, filmpjes kijken en lezen. Onder andere over de DR en wat ons daar te wachten staat. De zee is vlak. De vislijn hangt uit, maar ook die willen niet bijten. We vangen vooral veel wier. Menig maal speuren we de horizon af op zoek naar bultrugwalvissen, die hier rond deze maanden rondzwemmen met hun jong. Met name iets oostelijker voor de Semana baai. Het lijkt ons wel spannend, tot nu toe hebben we niet veel walvissen gezien op onze reis. Maar of we ze ook van heel dichtbij willen spotten? mmm… ik lees net dat ze wel 19 meter lang kunnen worden en hun jong met 45 kilo per dag groeit. Impressive. Kun je je voorstellen dat je bijna verdubbeld op 1 dag? Dat is een totaal andere versie van supersize me. Tot nu toe zien we op een verdwaalde vliegende vis en drijvende gloeilamp na, weinig leven op en in zee.

Ok nog een dag, we duiken de boeken weer in. Hasta manana. De dag van het grote inklaren. Altijd weer een spannend momentje. Oh ja nog een vraagje. Carnaval moet toch wel een groot feest zijn in de DR. Zou toch mooi zijn als we dat kunnen meemaken. Iemand een idee wanneer het Carnaval is in de Domincaanse Republiek?

Locatie op het moment van typen: 20.47.218 N / 071.49.126 W

Bye bye Bahama’s

Genieten tijdens een mooie zonsondergang

Genieten tijdens een mooie zonsondergang

Er wordt een weergat van vier dagen voorspeld en we zijn weer onderweg. We hebben ‘Chicken Harbour’ (de bijnaam komt door de vele Amerikanen die hier omdraaien retour USA), op Great Exuma woensdagochtend om 8 uur verlaten en zijn onderweg naar Luperon aan de noordkust van de Dominicaanse Republiek. Het land van de merengue, zanger Juan Luis Guerra (die van de liefdesbelletjes), vers fruit, koffie, sigaren (Davidoff), Presidente bier en vele soorten rum. Het water loopt ons al in de mond!

De tocht is totaal 360 mijl, dat betekent drie nachtjes door. De eerste 24 uur zitten er op. De boot en bemanning doen het goed en we hebben de Kreeftskeerkring gepasseerd, dus we zitten weer in de Tropen! Heerlijk. Helaas is dit wel een weergat met weinig wind en moeten we motorzeilen. Niet de droom van een zeiler. Maar het is beter dan te harde wind en vast liggen. Dus hup zeilen omhoog en gas er op om een gemiddelde van 5 knopen te lopen.

We benutten het weergat van 4 dagen om in een keer door te varen naar de Dominicaanse Republiek. We zijn een beetje klaar met de wekelijkse koufronten in de Bahama’s. Sorry, het is een beetje decadent. Maar als ‘vrije zeilers’ houden wij er niet van om vast te zitten op de boot… Elke week kwam er wel eentje vanuit Amerika overwaaien en dwong de harde wind ons een paar dagen aan boord te blijven. De overige dagen moesten we benutten om verder te varen. Vaak zonder wind. Weinig zeilen en no time to play! Het laatste koufront duurde zelfs tien dagen en gooide ons hele familiebezoek in de war.

Op dit moment varen we samen met de zeiljachten Antares (NL) en Wright Away (USA) langs het eiland Mayaguana en de verleiding om te stoppen is groot. Maar het weergat duurt zoals eerder gezegd maar 4 dagen en dan komt er volgens Chris Parker weer een ‘massive coldfront’ met westelijke winden aan. De zuidelijke eilanden van de Bahama’s bieden dan niet genoeg bescherming en de haven in Luperon wel. Het is zelfs een hurricane hole. Dus een prima plek voor qualitytime op het land! Hasta manana.

Locatie op het moment van typen: 22.12.800 N / 073.16.989 W